De stamboom

ga terug naar de volgende pagina

Anna Pavlovna van Rusland (1795-1865)

Koningin der Nederlanden

Anna Paulowna was de dochter van Paul Romanov, tsaar van Rusland, en Maria Fjodorovna (1759-1828). Anna Paulowna trouwde in1816 in St. Petersburg met Willem Frederik George Lodewijk prins van Oranje-Nassau, de latere koning Willem II.
Als grootvorstin van Rusland en zuster van de tsaar was Anna Paulowna een gewilde partij in Europa. Nadat verschillende kandidaten waren afgewezen, liet tsaar Alexander in 1815 zijn oog vallen op de erfprins van Oranje. Dat kon echter niet zonder de instemming van Anna zelf. Tsaar Peter de Grote had namelijk bepaald dat geen Romanov mocht huwen zonder dat de partners elkaar tevoren hadden ontmoet en toestemden in de verbintenis. Erfprins Willem moest daarom ‘op zicht’ naar St. Petersburg. En hoewel Anna zichzelf van hogere geboorte achtte dan de prins van Oranje, verliep de ontmoeting toch naar beider tevredenheid: het huwelijkscontract kon worden opgemaakt.
Mede vanwege Willems slechte verstandhouding met zijn vader verbleven Anna en hij het liefst in Brussel. Anna genoot van het Brusselse hofleven, dat met zijn uitbundigheid sterk contrasteerde met het sobere leven in Den Haag en haar herinnerde aan St. Petersburg.
Nadat Willem II in 1840 zijn vader als koning was opgevolgd kreeg het hofleven onder Anna's invloed meer koninklijke allure. Ondanks haar afstandelijke en soms hooghartige houding, was zij sterk betrokken bij de Nederlandse samenleving. Zij had Nederlands geleerd en beheerste de taal beter dan haar echtgenoot, met wie zij meestal Frans sprak. Reeds als erfprinses zette zij zich met overtuiging in voor ‘het volk’. Zo kwam in 1832 met haar steun de Koninklijke Winternaaischool Scheveningen tot stand, bedoeld om behoeftige vrouwen en meisjes vaardigheden in naai- en handwerken bij te brengen.
Anna Paulowna stierf op 1 maart 1865 in Den Haag, op Buitenrust. Haar stoffelijk overschot werd opgebaard in haar Russisch-orthodoxe kapel op Rustenburg. Op 17 maart werd zij bijgezet in de koninklijke grafkelder in Delft.