De stamboom

ga terug naar de volgende pagina

Philips II (1527-1598)

Graaf van Holland 1555-1581

Philips II was de zoon van Karel V, keizer van het Heilige Roomse Rijk, koning van Spanje, heerser over de Habsburgse Nederlanden en Isabella van Portugal, dochter van de koning en koningin van Portugal.

Philips II trouwde viermaal:

1) in 1543 met Maria van Portugal (1527-1545), dochter van de koning en koningin van Portugal. Zij kregen een zoon Carlos (1545-1568).
2) in 1554 met Mary Tudor (1516-1558), koningin van Engeland. Zij kregen geen kinderen.
3) in 1560 met Elisabeth van Valois (1545-1568), dochter van de Franse koning Hendrik II. Zij kregen twee dochters.
4) in 1570 met Anna van Oostenrijk (1549-1580), dochter van de Duitse keizer Maximiliaan II en Maria van Spanje, dochter van Karel V. Philips II was dus Anna’s oom! Philips II en Anna krieen vijf kinderen. Alleen zijn zoon Philips (1578-1621) bereikt de volwassenheid en zou later zijn vader opvolgen.

Karel V bleef niet tot zijn dood regeren. Hij deed op 25 oktober 1555 afstand als heer der Nederlanden en korte tijd later ook van zijn andere gebieden. De macht ging over naar zijn zoon Philips II. Philips erfde onder meer het koninkrijk Spanje, de koloniën in Amerika en de Habsburgse Nederlanden (ook wel de Zeventien Provinciën genoemd).

Af en toe bemoeide Philips II zich ook met Den Haag. In 1556 nam hij bijvoorbeeld maatregelen om de vervuiling van het water van de Beek in Den Haag tegen te gaan.

Maar Philips II was ongelukkig in de Nederlanden. Hij woonde hier van 1555 tot 1559. Hij kon de taal nauwelijks verstaan. Hij sprak Spaans en Portugees, maar slecht Frans en geen Duits, Engels of Nederlands.

Bovendien keerden veel inwoners in de Nederlanden zich tegen de katholieke kerk. Dit vond Philips II vreselijk. Hij was blij toen hij in 1559 kon terugkeren naar Spanje.

Philips kwam nooit meer in Den Haag. Wel gaf hij in 1568 het bestuur van Den Haag toestemming om het Noordeinde te bestraten en geld te lenen. Den Haag had namelijk veel graan moeten kopen voor de armen in Den Haag en Scheveningen. Ook wilde Den Haag een nieuw ziekenhuis bouwen voor zieken die aan de pest lijden.

Net als zijn vader Karel V had Philips II te veel gebieden onder zijn beheer om overal aanwezig te kunnen zijn. Philips II stelde zijn halfzus Margaretha van Parma aan als plaatsvervangster met de titel landvoogdes. Een van de belangrijkste taken die Margaretha van haar broer kreeg was het bestrijden van de ketterij.   

Veel inwoners van de Nederlandse provincies waren woest over de strenge maatregelen tegen de ketters. Zij vluchtten de grenzen over en noemden zich voortaan geuzen. Maar koning Philips II vond de maatregelen van landvoogdes Margaretha van Parma tegen de ketters niet streng genoeg en stuurde in 1567 de hertog van Alva om Margaretha te vervangen.

Tenslotte wilden de bewoners van de Nederlanden Philips II niet langer meer als hun vorst. Zij vonden dat de koning van Spanje slecht voor zijn onderdanen zorgde. Zij vonden dat zij daarom het recht hebben in opstand te komen en voor een eigen bestuur te zorgen. De Staten-Generaal  maakten dit op 22 juli 1581 bekend in een officieel document: ‘het Plakkaat van Verlatinghe’.

Hiermee eindige het ‘Habsburgse huis’ in Holland. Philips II was de laatste graaf van Holland.

Philips II overleed op 13 september 1598 in het Escorial bij Madrid (Spanje). Hij werd hier ook begraven.